Verwijder het harde deel van de witte kool en snijd de kool in kleine stukken of rasp het. Houd enkele buitenste bladen van de kool aan de kant.
Schil de gember en snijd het fijn of rasp het.
Kneed de fijngesneden kool in een kom tot er water in de kom staat. Laat de kool 5 minuten rusten.
Voeg het zout en de gember toe aan de kool en kneed alles nogmaals om zoveel mogelijk water uit de kool te halen.
Vul gesteriliseerde bokalen tot 2 cm onder de rand met de witte kool. Duw het goed aan zodat de kool volledig onder water staat.
Tip: Onvoldoende vocht? Meng dan 30 gr zout met 1 l water. Vul de bokalen verder aan met het pekelwater.
Leg de laurierblaadjes bovenop de zuurkool. Gebruik de buitenste bladen van de kool om alles af te dekken.
Sluit de bokalen goed af en zet ze 7 tot 14 dagen op een warme plek (20-25 graden) om de fermentatie te starten.
Zorg ervoor dat de kool steeds volledig onder water staat. Voeg extra zoutwater toe indien nodig.
Na 4 tot 6 weken is het fermentatieproces volledig en kan de witte kool op een koele, donkere plaats bewaard worden.